Hernieuwbare energie

In 2016 werd in België 8,7 procent van het bruto finaal energieverbruik geproduceerd uit hernieuwbare bronnen. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat aandeel stijgen naar 18 procent. Volgens de projecties van het Federaal Planbureau wordt dat doel niet bereikt.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Hernieuwbare energie - België - trendevaluatie

procent van het bruto finaal energieverbruik

 20042005201020152016202020252030
waarnemingen1.92.35.77.98.7------
projectie----------13.6--16.8
doelstelling 203018.018.018.018.018.018.018.018.0

Eurostat (2018), Share of renewable energy in gross final energy consumption [t2020_31], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 28/09/2018); FPB (2014), Het Belgische energiesysteem in 2050: waar naartoe? Beschrijving van een referentiescenario voor België.

Hernieuwbare energie - België en internationale vergelijking

procent van het bruto finaal energieverbruik

 2004200520102011201520162016//20042016//2011
België1.92.35.76.37.98.713.56.7
EU288.59.012.913.216.717.05.95.2
//: Gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2018), Share of renewable energy in gross final energy consumption [t2020_31], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 28/09/2018).

Definitie: hernieuwbare energie wordt gemeten als het aandeel van het energieverbruik geproduceerd uit hernieuwbare bronnen in het bruto finaal energieverbruik, zoals gedefinieerd in de Europese Richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (Publicatieblad van de Europese Unie, 5/6/2009). Het bruto finaal energieverbruik is de energie die verbruikt wordt door alle eindgebruikers, inclusief de verliezen op het vervoersnetwerk en het verbruik van de energiesector zelf. De gegevens komen van Eurostat.

Doelstelling: het aandeel hernieuwbare energie moet 18% bedragen in 2030.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 7.2: "Tegen 2030 in aanzienlijke mate het aandeel hernieuwbare energie in de globale energiemix verhogen".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat doelstelling 16: "De koolstofarme energievormen zullen overheersen in de energiemix. De hernieuwbare energiebronnen zullen er een significant aandeel van uitmaken" (Belgisch Staatsblad, 08/10/2013).

In het kader van de Europa 2020-strategie (Europese Commissie, 2010) heeft België een doelstelling vastgesteld, namelijk een aandeel van 13% hernieuwbare energie in het bruto finaal energieverbruik in 2020. In een Beleidskader voor klimaat en energie die in januari 2014 aangenomen werd (COM(2014)15; Publicatieblad van de Europese Unie), stelt de EU een doelstelling vast tegen 2030, namelijk een aandeel van 27% hernieuwbare energie. In juni 2018 werd een politiek akkoord bereikt tussen de Raad, het Parlement en de Commissie om deze doelstelling te verhogen tot 32%. Die doelstelling werd tot op heden nog niet verdeeld tussen de lidstaten. Het FPB heeft voor België evenwel drie scenario's opgesteld in de context van dat Europese kader (doelstelling van 27%; Devogelaer en Gusbin, 2015). Het GHG40-scenario, dat het best overeenkomt met het Europese kader, is opgesteld met de hypothese dat de inspanningen van elk land kostenefficiënt zijn op Europees niveau (kostenefficiënt op Europees niveau betekent dat de verdeling de kosten voor de Europese landen in hun geheel minimaliseert). In dat scenario bedraagt het Belgische aandeel hernieuwbare energie 18% in 2030. Die waarde wordt gehanteerd als doelstelling tegen 2030. Merk op dat de verdeling die op Europees niveau voorgesteld zal worden in de komende maanden een ambitieuzere doelstelling zou moeten opnemen voor België, aangezien die verdeling op de volgende twee criteria zal steunen: een kostenefficiënte verdeling en een verdeling op basis van het bbp per inwoner.

Evolutie: het aandeel hernieuwbare energie in het bruto finaal energieverbruik bedroeg in België 8,7% in 2016. Met uitzondering van een lichte daling in 2015, stijgt de indicator constant. Deze stijging is voornamelijk het gevolg van de snelle groei van de elektriciteitsproductie op basis van biomassa, windmolens en fotovoltaïsche zonnepanelen.

Internationale vergelijking: door België met de Europese Unie te vergelijken, wordt duidelijk dat in 2016 het aandeel hernieuwbare energie in het bruto finaal energieverbruik ongeveer dubbel zo groot is in de EU28 dan in België; namelijk 17% tegen 8,7%. De Europese indicator blijft stijgen over heel de geanalyseerde periode. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de slechtst presterende groep.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 7.2.1 - Aandeel van hernieuwbare energie in het totale finaal energieverbruik.

Bronnen