Primair energieverbruik

In 2016 bedroeg het primair energieverbruik in België 2,1 exajoules. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Primair energieverbruik - België

exajoule (EJ)

 199019952000200520102011201520162016//19902016//2011
België1.902.012.192.152.242.091.922.050.29-0.33
//: Gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van Eurostat (2018), Tables environment and energy - Energy. Complete energy balances, annual data [nrg_110a], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 28/09/2018).

Primair energieverbruik - EU28

exajoule (EJ)

 199019952000200520102011201520162016//19902016//2011
EU2865.7365.6267.7371.7369.4066.8064.1364.60-0.07-0.67
//: Gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van Eurostat (2018), Tables environment and energy - Energy. Complete energy balances, annual data [nrg_110a], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 28/09/2018).

Primair energieverbruik - België en internationale vergelijking

gigajoule (GJ) per inwoner

 199019952000200520102011201520162016//19902016//2011
België190.95197.90213.67205.11205.28188.92169.86181.02-0.20-0.85
EU28138.09136.04138.86144.76137.95132.66125.90126.44-0.34-0.96
//: Gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van Eurostat (2018), Tables environment and energy - Energy. Complete energy balances, annual data [nrg_110a] en bevolking [demo_gind], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 28/09/2018).

Definitie: het primair energieverbruik is de in België ingevoerde of geproduceerde energie vóór verwerking (in hoofdzaak olieraffinage en elektriciteitsproductie), uitgezonderd de uitvoer, de zeebunkers (de brandstof die geleverd wordt aan schepen voor internationale trajecten) en het niet-energetisch verbruik (bijvoorbeeld olie die gebruikt wordt als grondstof in de chemie). Die indicator wordt uitgedrukt in exajoules (EJ = 1018 joules). De EU-landen worden met elkaar vergeleken met het primair energieverbruik uitgedrukt per inwoner. Het FPB berekent de indicator met de gegevens van Eurostat.

Doelstelling: het primair energieverbruik moet 1,39EJ bereiken in 2030.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 7.3: "Tegen 2030 de globale snelheid van verbetering in energie-efficiëntie verdubbelen".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat doelstelling 18: "De verhoging van de energie-efficiëntie van producten zal worden voortgezet met het oog op de vermindering van het eindenergieverbruik" (Belgisch Staatsblad, 08/10/2013).

In het Europees Beleidskader voor klimaat en energie tegen 2030 is onder meer de doelstelling opgenomen om de energie-efficiëntie met 27% te verbeteren. Het ontwerp van het Nationaal Energie-Klimaatplan (ENOVER en Nationale Klimaatcommissie, 2018) dat in december bij de Commissie ingediend werd, stelt een doelstelling voor van 1,39EJ voor België tegen 2030.

Evolutie: globaal steeg het primair energieverbruik in België tussen 1990 en 1998. Tussen 1998 en 2009 bleef de indicator stabiel vooraleer zijn hoogste punt te bereiken in 2010. Daarna daalde het primair energieverbruik trendmatig om in 2014 zijn laagste punt te bereiken. Vanaf 2015 stijgt de indicator opnieuw om op het einde van de periode boven het niveau van 1990 te liggen.

Internationale vergelijking: in de EU28 is het primaire energieverbruik gestegen van de jaren 1990 tot 2006, toen het een maximum van 72EJ bereikte. Daarna daalt het tot 65EJ in 2016. Het primaire energieverbruik per inwoner is hoger in België dan in de EU28. Dit verschil is stabiel in de tijd. Het is te verklaren door de aanwezigheid van talrijke industrieën van intermediaire goederen (ijzer- en staalnijverheid, chemie) die veel energie verbruiken en door de slechte isolatie van het gebouwenpark in België. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de slechtst presterende groep.

Zowel op Europees (Eurostat, 2015) als op Belgisch niveau, kan de evolutie van de indicator sinds de jaren 2000 hoofdzakelijk uitgelegd worden door de uitvoering van een energie-efficiëntiebeleid, de economische vertraging ten gevolge van de de financieel-economische crisis, de weersomstandigheden en de evolutie van de economsche structuur (onder andere het gewicht van de industrie in de loop van de tijd).

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij subdoelstelling 7.3. Het gevolg van een verhoging van de energie-efficiëntie is immers een vermindering van het primaire energieverbruik. De twee concepten zijn dus rechtstreeks met elkaar verbonden.

Bronnen