Energieafhankelijkheid

In 2016 bedroeg de energieafhankelijkheid van België, dat is de verhouding tussen de netto-invoer en het verbruik van energie, 76 procent. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen.

The chart will appear within this DIV.

Energieafhankelijkheid - België en internationale vergelijking

procent van het energieverbruik

 199019952000200520102011201520162016//19902016//2011
België75.180.878.180.178.275.484.376.00.00.2
EU2844.243.146.752.152.754.053.953.60.7-0.1
//: Gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2018), Energy dependence [sdg_07_50], https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 28/09/2018).

Definitie: de energieafhankelijkheid wordt berekend als de verhouding tussen de netto-invoer van energie (de invoer min de uitvoer) en het energieverbruik in België. Dat verbruik is de som van het bruto binnenlands energieverbruik (bbev, hoofdzakelijk samengesteld uit de energieproductie in België en de invoer, minus de uitvoer) en de zeebunkers (de brandstof die geleverd wordt aan schepen voor internationale trajecten). De gegevens komen van Eurostat.

Doelstelling: de energieafhankelijkheid van België moet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten doel 7: "Verzeker toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen".

De Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat doelstelling 20: "De energiebevoorrading zal verzekerd zijn" (Belgisch Staatsblad, 08/10/2018).

Evolutie: België heeft historisch een grote energieafhankelijkheid. Tussen 1990 en 2011 bleef de indicator tussen 75% en 81%. Sinds 2011, stijgt de energieafhankelijkheid van België sterk. In 2015 bereikt het zijn historisch maximum (meer dan 84%) waarna het daalt tot 76% in 2016, namelijk een niveau dat dicht bij dat van 1990 ligt. Die grote energieafhankelijkheid kan hoofdzakelijk verklaard worden doordat België geen fossiele brandstoffen onttrekt aan zijn bodem. Ze moeten dus geïmporteerd worden terwijl het niet-ingevoerde saldo van het energieverbruik (24% in 2016) bestaat uit hernieuwbare energie en kernenergie. Bij kernenergie worden ingevoerde splijtstoffen meegerekend bij de invoer van mineralen en niet bij de energie-invoer, terwijl de aan de hand van kernreacties opgewekte warmte, die gebruikt wordt voor de elektriciteitsproductie, meegerekend wordt als energieproductie in België.

Internationale vergelijking: door de energieafhankelijkheid van België met die van de Europese Unie (EU28) te vergelijken, wordt duidelijk dat die laatste veel minder afhankelijk is van de invoer van energie: 53,6% in 2016. Sinds 2006, bleef de energieafhankelijkheid van de EU28 relatief stabiel, in tegenstelling tot België. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de slechtst presterende groep.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt met geen enkele SDG-indicator overeen, maar sluit wel aan bij doel 7. Energieafhankelijkheid is immers een belangrijke problematiek voor landen met weinig energiebronnen, zoals België. Door de energieafhankelijkheid te verminderen, kan onder andere een betrouwbare energievoorziening gegarandeerd worden.

Bronnen