Ernstige materiële ontbering

In 2017 leefde 5,1 procent van de bevolking in België in een situatie van ernstige materiële ontbering. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Ernstige materiële ontbering - België en internationale vergelijking

procent van de totale bevolking

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
België4.76.55.96.35.85.55.10.6-4.1
EU28----8.49.98.17.56.7---7.5
//: Gemiddelde groeivoeten

EU28 2017: verwachting

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd11, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Ernstige materiële ontbering volgens geslacht - België

procent van de bevolking

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
vrouwen4.96.56.06.36.15.75.40.8-3.0
mannen4.66.55.76.35.55.34.80.3-5.3
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd11, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Ernstige materiële ontbering volgens leeftijd - België

procent van de bevolking

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
<185.78.57.78.37.96.96.51.0-4.8
18-645.16.56.06.66.16.15.50.6-3.6
>641.93.62.82.82.12.12.21.1-4.7
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd11, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Ernstige materiële ontbering volgens opleiding - België

procent van de bevolking

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
hoogstens lager secundair onderwijs7.27.59.110.39.810.69.21.9-2.2
hoger secundair onderwijs3.65.34.84.65.14.14.00.8-2.8
hoger onderwijs1.92.01.72.42.01.71.8-0.4-5.6
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd14, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 26/09/2018).

Ernstige materiële ontbering volgens huishoudentype - België

procent van de bevolking

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
alleenstaande10.911.911.010.29.09.29.1-1.4-2.3
eenoudergezin16.220.318.121.116.914.916.70.2-4.6
twee volwassenen2.83.92.92.82.32.52.90.30.7
twee volwassenen met een afhankelijk kind2.72.54.15.53.53.13.92.9-6.6
twee volwassenen met twee afhankelijke kinderen2.33.01.63.13.91.52.60.9-3.5
twee volwassenen met drie of meer afhankelijke kinderen4.58.97.86.86.57.94.2-0.5-9.2
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd13, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Ernstige materiële ontbering volgens activiteitsstatus - België

procent van de bevolking van 18 jaar en ouder

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
werkend2.02.82.32.62.12.21.8-0.8-7.1
niet werkend6.99.08.38.98.27.97.60.7-3.1
werkloos15.318.316.115.622.820.119.51.94.6
gepensioneerd2.43.83.02.61.92.12.3-0.3-2.4
andere inactief7.810.211.013.211.612.011.63.1-2.6
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd12, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Ernstige materiële ontbering volgens inkomen - België

procent van de bevolking

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
kwintiel 115.321.320.321.021.822.119.92.0-1.1
kwintiel 25.36.56.57.95.53.63.7-2.7-14.1
kwintiel 32.23.11.81.51.21.61.4-3.4-1.4
kwintiel 40.71.40.40.70.50.10.5-2.6-6.5
kwintiel 50.20.30.30.40.00.10.1-5.2-24.2
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_mddd13, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Definitie: een persoon bevindt zich in een situatie van ernstige materiële ontbering indien zijn huishouden geconfronteerd wordt met minstens vier van de volgende negen problemen: onverwachte kosten niet kunnen opvangen, niet om de andere dag een maaltijd met proteïnen kunnen eten, zijn huis niet adequaat kunnen verwarmen (wegens financiële redenen), zich niet één keer per jaar één week vakantie weg van thuis kunnen veroorloven, geen auto hebben (indien de persoon dat wenst), geen televisie hebben (indien de persoon dat wenst), geen telefoon hebben (indien de persoon dat wenst), geen wasmachine hebben (indien de persoon dat wenst) en ten slotte achterstallen hebben voor het aflossen van hypotheeklening, huur of facturen voor de diensten van openbaar nut.

Op 15 maart 2017 heeft de EU de indicator materiële en sociale ontbering goedgekeurd die de indicator over materiële ontbering zal vervangen. Hij zal vanaf 2019 berekend worden. Die nieuwe indicator is gebaseerd op een set van dertien problemen. Een persoon bevindt zich in een situatie van materiële en sociale ontbering indien hij geconfronteerd wordt met minstens vijf van die problemen (Federal Public Service Social Security, 2018).

De hier gebruikte gegevens over materiële ontbering zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC). Personen die deelnemen aan deze enquête kunnen melden of zij op het ogenblik van enquêtering al dan niet geconfronteerd worden met die problemen. Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. De gegevens zijn gebaseerd op een enquête. Daarom moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. De betrouwbaarheidsintervallen die met deze gegevens overeenkomen, zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Doelstelling: het aandeel en het aantal personen dat leeft in een huishouden met ernstige materiële ontbering moeten dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten de volgende subdoelstellingen: "Gelijke kansen verzekeren en ongelijkheden wegwerken, ook door het afvoeren van discriminerende wetten, beleidslijnen en praktijken en door het bevorderen van de geschikte wetgeving, beleidslijnen en acties in dit opzicht" (subdoelstelling 10.3) en "Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen" (subdoelstelling 1.2).

Personen die leven in een huishouden in een situatie van ernstige materiële ontbering, maken deel uit van de doelgroep waarvoor de Europa 2020-strategie (Europese Commissie, 2010) een verminderingsdoelstelling heeft bepaald, de zogenaamde personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting.

Evolutie: het aandeel personen dat leeft in een huishouden met ernstige materiële ontbering blijft stabiel (Federal Public Service Social Security, 2018). Die indicator steeg van 4,7% in 2004 tot 6,5% in 2005; die stijging wordt waarschijnlijk beïnvloed door een methodologische verandering in de enquête over het item "zijn huis niet adequaat kunnen verwarmen (wegens financiële redenen)". Ook veranderde in 2008 de plaats van datzelfde item in de vragenlijst, met een mogelijke invloed op de tendens in de periode 2005-2017. Om die redenen lijkt het aangewezen de evolutie van die indicator vooral vanaf 2008 te beschouwen en niet over de volledige periode 2004-2017. Tussen 2008 en 2017 schommelde deze indicator tussen 5,1% en 6,3%.

Internationale vergelijking: tussen 2010 en 2012 steeg die indicator in de EU28 van 8,4% tot 9,9%, waarna die daalde tot 6,7% in 2017. Deze indicator ligt in België lager dan in de EU28 over de hele beschouwde periode. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2017 tot de middelmatig presterende groep en het scoort beter dan het Europese gemiddelde.

Opsplitsing volgens inkomen: hoe hoger het inkomen, hoe lager het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële ontbering. In 2017 leefde 19,9% van de bevolking in het laagste inkomenskwintiel in een situatie van ernstige materiële ontbering. Voor de hogere inkomenskwintielen daalt dat aandeel sterk. In het hoogste inkomenskwintiel leven zeer weinig personen in een situatie van ernstige materiële ontbering (0,1%). Datzelfde verband geldt voor de hele periode vanaf 2004.

Opsplitsing volgens leeftijd: het aandeel ouderen (65-plussers) in een situatie van ernstige materiële ontbering is in België tussen 2004 en 2017 steeds lager dan dat van de jongere leeftijdscategorieën. In 2017 bedroeg dat aandeel 2,2% bij de 65-plussers, tegenover rond de 6% voor de categorieën tot en met 64 jaar.

Opsplitsing volgens opleiding: hoe hoger het opleidingsniveau, hoe lager het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële ontbering. Tussen 2004 en 2017 wordt een stijgende trend vastgesteld voor personen met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs van 7,2 tot 9,2%. In 2017 is het aandeel personen in een situatie van ernstige materiële ontbering met een diploma hoger secundair onderwijs of hoger onderwijs respectievelijk 4 en 1,8%.

Opsplitsing volgens huishoudentype: van alle personen die behoren tot een eenoudergezin zijn er tussen 2004 en 2017 gemiddeld 18,4% die leven in een situatie van ernstige materiële ontbering. Voor alleenstaanden bedraagt dat aandeel 10,4%. De materiële ontbering bij grotere huishoudens is aanzienlijk lager dan bij alleenstaanden.

Opsplitsing volgens activiteitsstatus: in de periode 2004-2017 is die indicator altijd hoger bij werklozen, andere inactieven en niet-werkenden. In 2017 bedroeg hij respectievelijk 19,5%, 11,6% en 7,6%. Bij werkenden en gepensioneerden is deze indicator zeer klein. In 2017 bedroeg zijn niveau ongeveer 2%.

VN-indicator: de gekozen indicator is verwant met indicator 1.2.2 - Aandeel van mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden dat in armoede leeft in al haar dimensies volgens de nationale definities, omdat personen die leven in een situatie van ernstige materiële ontbering ook behoren tot de populatie van personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting, wat de nationaal gangbare multidimensionale armoededefinitie is.

Deze indicator wordt gebruikt om de composiete indicator van het welzijn hier en nu, gepubliceerd in het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp, te berekenen.

Bronnen

  • Algemeen

    • SDG’s, duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals): United Nations (2015), Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 25 September 2015, document A/RES/70/1.

    • Indicatoren: United Nations (2017), Work of the Statistical Commission pertaining to the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 6 July 2017, document A/RES/71/313.

    • UN Sustainable Development Knowledge Platform: https://sustainabledevelopment.un.org/ (geraadpleegd op 23/10/2018).

    • Sustainable Development Goal indicators website: https://unstats.un.org/sdgs/ (geraadpleegd op 23/10/2018).
  • Specifiek