Zeer lage werkintensiteit

In 2017 leefde in België 13,5 procent van de bevolking jonger dan 60 jaar in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Zeer lage werkintensiteit - België en internationale vergelijking

procent van de bevolking onder 60 jaar

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
België14.715.112.713.914.914.613.5-0.7-0.6
EU28----10.310.610.710.5------
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_lvhl11, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Zeer lage werkintensiteit volgens geslacht - België

procent van de bevolking onder 60 jaar

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
vrouwen16.116.513.514.315.816.214.4-0.90.1
mannen13.313.711.913.414.113.112.6-0.4-1.2
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_lvhl11, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Zeer lage werkintensiteit volgens leeftijd - België

procent van de bevolking

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
<1813.813.412.013.013.813.012.7-0.6-0.5
18-5915.115.712.914.215.315.213.7-0.7-0.7
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_lvhl11, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Zeer lage werkintensiteit volgens opleiding - België

procent van de bevolking van 18 tot 59 jaar

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
hoogstens lager secundair onderwijs29.227.926.830.736.134.431.20.50.3
hoger secundair onderwijs12.513.410.011.214.014.613.40.53.7
hoger onderwijs6.46.65.47.27.46.45.3-1.4-5.9
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_lvhl14, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 26/09/2018).

Zeer lage werkintensiteit volgens huishoudentype - België

procent van de bevolking onder 60 jaar

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
alleenstaande30.430.628.730.231.830.329.5-0.2-0.5
eenoudergezin46.539.535.739.437.141.035.5-2.1-2.1
twee volwassenen21.321.816.215.315.817.515.2-2.6-0.1
twee volwassenen met een afhankelijk kind7.17.56.07.66.67.16.0-1.3-4.6
twee volwassenen met twee afhankelijke kinderen5.05.64.43.36.43.96.01.412.7
twee volwassenen met drie of meer afhankelijke kinderen9.29.58.310.010.312.410.91.31.7
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_lvhl13, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Zeer lage werkintensiteit volgens activiteitsstatus - België

procent van de bevolking onder 60 jaar

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
werkend0.20.30.40.20.40.40.20.00.0
niet werkend44.246.841.043.847.046.443.7-0.10.0
werkloos62.567.157.360.961.761.758.6-0.5-0.8
gepensioneerd67.172.667.059.967.564.057.8-1.1-0.7
andere inactief34.834.733.736.740.641.839.20.91.3
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_lvhl12, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Zeer lage werkintensiteit volgens inkomen - België

procent van de bevolking onder 60 jaar

 20042005201020122015201620172017//20042017//2012
kwintiel 151.754.048.051.953.756.353.10.20.5
kwintiel 219.719.715.217.216.916.813.8-2.7-4.3
kwintiel 37.26.33.34.95.73.32.7-7.3-11.2
kwintiel 42.12.72.31.61.51.41.0-5.5-9.0
kwintiel 50.81.51.51.20.90.50.7-1.0-10.2
//: Gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2018), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_lvhl13, https://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/09/2018).

Definitie: de werkintensiteit van het huishouden wordt bepaald als de verhouding tussen het aantal effectief gewerkte maanden in een jaar door de gezinsleden op actieve leeftijd (18-59-jarigen met uitzondering van studenten tussen 18 en 24 jaar) en het totale aantal maanden dat die personen konden werken tijdens datzelfde jaar. Indien die verhouding maximaal 20% is, dan behoren alle personen van het huishouden tot een huishouden met een zeer lage werkintensiteit. Huishoudens die uitsluitend bestaan uit kinderen, studenten jonger dan 25 jaar en/of personen van 60 jaar of ouder worden volledig uitgesloten van de berekening van de indicator. De hier gebruikte gegevens over de werkintensiteit zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), waarbij gegevens over tewerkstelling steeds betrekking hebben op het jaar dat voorafgaat aan het enquêtejaar. Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert. De gegevens zijn gebaseerd op een enquête. Daarom moet er rekening gehouden worden met een onzekerheidsmarge. De betrouwbaarheidsintervallen die met deze gegevens overeenkomen, zijn op verzoek verkrijgbaar bij Statistics Belgium.

Doelstelling: het aandeel en het aantal personen dat leeft in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit moet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen bevatten de volgende subdoelstellingen: "Gelijke kansen verzekeren en ongelijkheden wegwerken, ook door het afvoeren van discriminerende wetten, beleidslijnen en praktijken en door het bevorderen van de geschikte wetgeving, beleidslijnen en acties in dit opzicht" (subdoelstelling 10.3) en "Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen" (subdoelstelling 1.2).

Personen die leven in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit maken deel uit van de doelgroep waarvoor de Europa 2020-strategie (Europese Commissie, 2010) een verminderingsdoelstelling heeft bepaald, de zogenaamde personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting.

Evolutie: in de periode 2004-2008 daalde het aandeel personen jonger dan 60 jaar dat leeft in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit van 14,7% tot 11,7%. Daarna steeg het tot 14,9% in 2015 en daalde het tot 13,5% in 2017.

Internationale vergelijking: in de EU28 steeg die indicator van 10,3% in 2010 tot 11,3% in 2014, om daarna te dalen tot 10,5% in 2016. De gemiddelde waarde van de indicator voor de EU28 ligt lager dan in België. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de slechtst presterende groep.

Opsplitsing volgens inkomen: hoe hoger het inkomen, hoe lager het aandeel personen in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit. In 2017 leefde 53,1% van de bevolking in het laagste inkomenskwintiel in die situatie. Voor de hogere inkomenskwintielen daalt dat aandeel sterk en het bereikt 0,7% in het hoogste inkomenskwintiel.

Opsplitsing volgens leeftijd: in de periode 2004-2017, met uitzondering van 2011, is het aandeel kinderen (jonger dan 18 jaar) dat leeft in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit steeds lager dan dat van de 18-59-jarigen. Beide leeftijdsgroepen volgen ook eenzelfde patroon: een dalende trend van 2005 tot 2008, een stijging van 2009 tot 2014/2015 en een daling daarna. In 2017 bedroeg deze indicator voor kinderen 12,7% en voor 18-59-jarigen 13,7%.

Opsplitsing volgens opleiding: hoe hoger het opleidingsniveau, hoe lager het aandeel personen in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit. Voor personen met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs steeg dit aandeel van 29,2% in 2004 tot 36,9% in 2014. Hierna daalde het tot 31,2% in 2017. Voor de personen met een diploma hoger secundair onderwijs of hoger onderwijs bereikt die indicator respectievelijk 13,4 en 5,3% in 2017.

Opsplitsing volgens huishoudentype: tussen 2004 en 2017 is het aandeel personen dat leeft in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit het hoogst bij eenoudergezinnen (gemiddeld 38%) en alleenstaanden (gemiddeld 30,6%). Voor de overige huishoudentypes is het aandeel personen met een zeer lage werkintensiteit merkelijk lager. Voor huishoudens met twee volwassenen kan een dalende tendens worden vastgesteld.

VN-indicator: de gekozen indicator is verwant met indicator 1.2.2 - Aandeel van mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden dat in armoede leeft in al haar dimensies volgens de nationale definities, omdat personen die leven in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit ook behoren tot de populatie van personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting, wat de nationaal gangbare multidimensionale armoededefinitie is.

Bronnen

  • Algemeen

    • SDG’s, duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals): United Nations (2015), Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 25 September 2015, document A/RES/70/1.

    • Indicatoren: United Nations (2017), Work of the Statistical Commission pertaining to the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 6 July 2017, document A/RES/71/313.

    • UN Sustainable Development Knowledge Platform: https://sustainabledevelopment.un.org/ (geraadpleegd op 23/10/2018).

    • Sustainable Development Goal indicators website: https://unstats.un.org/sdgs/ (geraadpleegd op 23/10/2018).
  • Specifiek