Leefloners

In 2017 waren er maandelijks gemiddeld 140.149 leefloners in België. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet het aantal begunstigden van het leefloon dalen.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Leefloners - België

gemiddeld maandelijks aantal

duizenden personen

 2003200520102012201320142015201620172017//20032017//2012
België74.176.395.695.899.1102.8116.2127.2140.24.77.9
//: Gemiddelde groeivoeten

POD Maatschappelijke Integratie (2018), Statistisch verslag Nummer 21 - juli 2018, p. 10.

Leefloon: gemiddeld baremabedrag op jaarbasis per categorie - België

duizenden euro's

 2003200520102012201320142015201620172017//20032017//2012
1: samenwonende4.74.95.86.36.56.56.66.97.02.92.3
2: alleenstaande of dakloze (met integratiecontract)7.17.48.89.49.79.89.910.310.62.92.3
3: persoon met familie ten laste9.49.911.712.612.913.113.213.714.12.92.3
//: Gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van POD Maatschappelijke Integratie (2018), Bedragen (equivalent) leefloon van 2005 tot vandaag, https://www.mi-is.be/nl/tools-ocmw/bedragen (geraadpleegd op 02/10/2018).

Definitie: het leefloon is sinds 1 oktober 2002 een onderdeel van het recht op maatschappelijke integratie (voordien het recht op het bestaansminimum). Het leefloon is het allerlaatste sociale vangnet om personen met onvoldoende bestaansmiddelen een minimaal inkomen te verschaffen dat hen in staat zou moeten stellen een menswaardig leven te leiden. Het leefloon kan worden toegekend aan personen zonder (vervangings)inkomen of met een (vervangings)inkomen dat lager is dan het bedrag van het leefloon, die geen aanspraak kunnen maken op een ander inkomen op basis van Belgische of buitenlandse wetgeving, die gewoonlijk en bestendig op legale wijze in België verblijven en die, tenzij hun gezondheid of hun specifieke situatie het niet toelaten, bereid zijn om te werken. Vanaf 1 december 2016 vallen vreemdelingen met subsidiaire bescherming onder het toepassingsgebied van de wetgeving over het recht op maatschappelijke integratie. Personen onder 25 jaar dienen een contract te ondertekenen met een persoonlijk ontwikkeld project voor maatschappelijke integratie. Vanaf 1 december 2016 moeten personen van 25 jaar of ouder die een beroep wensen te doen op het leefloon, ook een dergelijk contract ondertekenen. De leeftijdsvoorwaarde is 18 jaar maar minderjarigen die ontvoogd zijn door het huwelijk, die minstens één kind ten laste hebben of die zwanger zijn, kunnen onder dezelfde voorwaarden een beroep doen op het leefloon. Afhankelijk van het onderzoek van de bestaansmiddelen van de aanvrager wordt een gedeeltelijk of volledig leefloon toegekend.

Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) van elke gemeente onderzoekt, in het kader van de wetgeving over het recht op maatschappelijke integratie, de bestaansmiddelen van de aanvrager en bepaalt in overleg met hem de meest gepaste hulp. Die hulp kan bestaan uit tewerkstelling, een gedeeltelijk of volledig leefloon, een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie of een combinatie van die hulpmiddelen. De indicator wordt uitgedrukt in duizenden personen en de gegevens komen van de Programmatorische federale overheidsdienst Maatschappelijke Integratie.

Doelstelling: het aantal begunstigden van het leefloon moet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 1.3: "Nationaal toepasbare sociale beschermingssystemen en maatregelen implementeren voor iedereen, met inbegrip van sociale beschermingsvloeren, en tegen 2030 een aanzienlijke dekkingsgraad realiseren van de armen en de kwetsbaren".

Het federaal regeerakkoord van oktober 2014 heeft het volgende bepaald met betrekking tot socialebijstandsuitkeringen, zoals het leefloon: "De regering verhoogt geleidelijk de minimum sociale zekerheidsuitkeringen en de sociale bijstandsuitkeringen tot het niveau van de Europese armoededrempel. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan de uitkeringen voor personen met het hoogste armoederisico. De sociale voordelen die met sommige sociale uitkeringen gepaard gaan, zullen worden meegeteld in de vergelijking met de Europese armoedenorm" (Federale Regering, 2014). Er wordt aangenomen dat die doelstelling een invloed zal hebben op de evolutie van het armoederisico, waarvoor vermeld wordt dat het moet dalen om in de richting van de doelstellingen te gaan.

Er bestaan drie categorieën van gerechtigden op het leefloon met elk een specifiek bedrag, dat afhankelijk van het bestaansmiddelenonderzoek door het OCMW al dan niet volledig wordt toegekend. Die categorieën zijn een samenwonende persoon (categorie 1), een alleenstaande of dakloze met wie een integratiecontract werd gesloten (categorie 2) en een persoon met een familie ten laste, met name de echtgenoot of levenspartner, het ongehuwd minderjarig kind of meerdere kinderen onder wie minstens één ongehuwd minderjarig kind (categorie 3).

Tussen 2003 en 2017 stegen de leefloonbedragen op jaarbasis per categorie voor categorie 1 van 4724 euro tot 7041 euro. Voor categorie 3 zijn die bedragen exact het dubbele. Het leefloonbedrag op jaarbasis voor categorie 2 steeg van 7086 euro in 2003 tot 10562 euro in 2017.

Evolutie: tussen 2003 en 2008 steeg het gemiddelde maandelijkse aantal begunstigden van het leefloon gestaag van 74000 tot 83000. In de twee daaropvolgende jaren steeg dat aantal beduidend sneller tot 96000 in 2010, wat allicht verklaard kan worden door de verslechtering van het socio-economisch klimaat door de financieel-economische crisis. Het gemiddelde maandelijkse aantal begunstigden van het leefloon stabiliseerde zich tot 2012 rond dat niveau en steeg daarna weer tot 103000 in 2014. Een combinatie van structurele (onder meer de arbeidsmarktpositie van risicogroepen) en conjuncturele factoren (de financieel-economische crisis van 2008) ligt mee aan de basis van de globaal stijgende trend (POD MI, 2015). Daarna steeg dat aantal sterk tot 140000 personen in 2017. Naast de bovenvermelde factoren dragen onder meer de groeiende onzekerheid van bepaalde risicogroepen (laaggeschoolden, deeltijdse werknemers, eenoudergezinnen, allochtonen enz.) en, meer recent, wijzigingen in de wetgeving over de werkloosheidsverzekering en beroepsinschakelingsuitkering evenals de stijging van het aantal erkende vluchtelingen bij tot die toename (POD MI, 2018).

Internationale vergelijking: er zijn binnen de EU geen geharmoniseerde gegevens beschikbaar over dat type bijstandsuitkering.

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 1.3.1 - Deel van de bevolking met een socialebeschermingsvloer of -systeem, naar geslacht en met onderscheid naar kinderen, werklozen, ouderen, gehandicapten, zwangere vrouwen, pasgeborenen, slachtoffers van arbeidsongevallen, armen en kwetsbaren.

Bronnen

  • Algemeen

    • SDG’s, duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals): United Nations (2015), Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 25 September 2015, document A/RES/70/1.

    • Indicatoren: United Nations (2017), Work of the Statistical Commission pertaining to the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 6 July 2017, document A/RES/71/313.

    • UN Sustainable Development Knowledge Platform: https://sustainabledevelopment.un.org/ (geraadpleegd op 23/10/2018).

    • Sustainable Development Goal indicators website: https://unstats.un.org/sdgs/ (geraadpleegd op 23/10/2018).
  • Specifiek

    • Federale Regering (2014), Federaal regeerakkoord, 9 oktober 2014, http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/0020/54K0020001.pdf (geraadpleegd op 30/11/2015).

    • POD MI (2015), Leefloon, Statistisch rapport / Nummer 12 – September 2015, Programmatorische federale overheidsdienst Maatschappelijke Integratie.

    • POD MI (2018), Statistisch verslag Nummer 21 - juli 2018, Programmatorische federale overheidsdienst Maatschappelijke Integratie.