Slachtoffers van inbraak of lichamelijk geweld

  •  18/11/2016
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Slachtoffers van inbraak of lichamelijk geweld

personen die ja geantwoord hebben op de vraag

procent van de bevolking van 15 jaar en ouder

 20022004200620082010201220142014//20022014//2008
België26.725.525.723.822.421.523.1-1.2-0.5
Duitsland8.710.79.69.29.211.311.42.23.6
Frankrijk28.528.426.125.221.821.823.2-1.7-1.4
Nederland20.719.519.220.118.418.320.0-0.3-0.1
//: gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van ESS (2017), Dataset European Social Survey, http://www.europeansocialsurvey.org/ (geraadpleegd op 08/11/2017).

Slachtoffers van inbraak of lichamelijk geweld volgens inkomen - België

personen die ja geantwoord hebben op de vraag

procent van de bevolking van 15 jaar en ouder

 2010201220142014//2010
kwintiel 121.020.725.34.7
kwintiel 221.816.821.5-0.3
kwintiel 321.120.920.8-0.3
kwintiel 421.825.124.63.0
kwintiel 525.026.426.31.3
//: gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van ESS (2017), Dataset European Social Survey, http://www.europeansocialsurvey.org/ (geraadpleegd op 08/11/2017).

Deze tekst komt uit het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp van februari 2018.

Definitie: slachtoffers van inbraak of lichamelijk geweld wordt gedefinieerd door het resultaat van de European Social Survey (ESS) en meer bepaald door het aandeel personen die 'ja' antwoordde op de volgende vraag: "Bent u of iemand in uw huishouden in de afgelopen 5 jaar slachtoffer geweest van een inbraak of van lichamelijk geweld?". Die vraag kwam telkens aan bod in de zeven tweejaarlijkse enquêtes van de ESS. Het FPB berekent de indicator met de gegevens van de ESS (2017).

Evolutie: volgens de ESS-enquête daalde die indicator tussen 2002 en 2014 van 26,7 % tot 23,1 %. Dat is een gemiddelde jaarlijkse daling over die periode van 1,2 %. Ondanks de dalende trend over de hele periode, werd een stijging van dat aandeel waargenomen in de laatste enquête uit 2014. De betrouwbaarheidsintervallen berekend voor deze indicator worden hernomen in bijlage 1.

De indicator ligt in België (23,1 %) op een gelijkaardig niveau als in Frankrijk (23,2 %), maar hoger dan in Nederland (20,0 %) en een stuk hoger dan in Duitsland (11,4 %). In die laatste twee landen daalt dat aandeel evenwel nauwelijks (Nederland) of stijgt het zelfs (Duitsland), terwijl het in België en Frankrijk daalt.

Doelstelling: de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG’s) bevatten de volgende subdoelstelling: "Alle vormen van geweld en de daaraan gekoppelde sterftecijfers wereldwijd aanzienlijk terugschroeven" (subdoelstelling 16.1). Om bij te dragen tot die doelstelling moet het aandeel respondenten dat zelf of van wie een gezinslid slachtoffer is geweest van een inbraak of lichamelijk geweld dalen.

Opsplitsing volgens inkomenscategorie

Er is geen duidelijk verband tussen de indicator en het inkomensniveau. De indicator ligt dicht bij 25 % voor de kwintielen 1, 4 en 5 en dicht bij 20 % voor de kwintielen 2 en 3 (kwintiel 1 omvat de laagste inkomens en kwintiel 5 de hoogste inkomens).