Leefloners

  •  08/02/2018
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Leefloners - België

gemiddeld maandelijks aantal

duizenden personen

 2003200520102011201220132014201520162016//20032016//2011
België74.176.395.695.095.899.1102.8116.2127.24.26.0
//: gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van POD MI (2017), Leefloon, Statistisch verslag Nummer 19 - Oktober 2017; POD Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding, Sociale Economie en Grootstedenbeleid.

Leefloonbedrag op jaarbasis per categorie - België

euro's

 2003200520102011201220132014201520162016//20032016//2011
1: samenwonende4,723.74,947.55,845.06,041.86,285.16,453.46,538.96,582.56,849.12.92.5
2: alleenstaande of dakloze (met integratiecontract)7,085.57,421.38,767.69,062.69,427.79,680.29,808.49,873.810,273.72.92.5
3: persoon met familie ten laste9,447.49,895.111,690.112,083.512,570.212,906.913,077.813,165.013,698.32.92.5
//: gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van POD MI (2017), Leefloon, Statistisch verslag Nummer 19 - Oktober 2017; POD Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding, Sociale Economie en Grootstedenbeleid.

Deze tekst komt uit het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp van februari 2018.

Definitie: het leefloon is sinds 1 oktober 2002 een onderdeel van het recht op maatschappelijke integratie (voordien het recht op het bestaansminimum). Het leefloon is het allerlaatste sociale vangnet om personen met onvoldoende bestaansmiddelen een minimaal inkomen te verschaffen dat hen in staat zou moeten stellen een menswaardig leven te leiden. Het leefloon kan worden toegekend aan personen zonder (vervangings)inkomen of met een (vervangings)inkomen dat lager is dan het bedrag van het leefloon, die geen aanspraak kunnen maken op een ander (vervangings)inkomen op basis van Belgische of buitenlandse wetgeving, die gewoonlijk en bestendig op legale wijze in België verblijven en die, tenzij hun gezondheid of hun specifieke situatie het niet toelaten, bereid zijn om te werken. Vanaf 1 december 2016 vallen vreemdelingen met subsidiaire bescherming onder het toepassingsgebied van de wetgeving over het recht op maatschappelijke integratie. Personen onder 25 jaar dienen een contract te ondertekenen met een persoonlijk ontwikkeld project voor maatschappelijke integratie. Vanaf 1 december 2016 moeten personen ouder dan 25 jaar die een beroep wensen te doen op het leefloon, dit ook doen. De leeftijdsvoorwaarde is 18 jaar maar minderjarigen die ontvoogd zijn door het huwelijk, die minstens één kind ten laste hebben of die zwanger zijn, kunnen onder dezelfde voorwaarden een beroep doen op het leefloon. Afhankelijk van het onderzoek van de bestaansmiddelen van de aanvrager wordt een gedeeltelijk of volledig leefloon toegekend.

Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) van elke gemeente onderzoekt, in het kader van de wetgeving over het recht op maatschappelijke integratie, de bestaansmiddelen van de aanvrager en bepaalt in overleg met hem de meest gepaste hulp. Die hulp kan bestaan uit tewerkstelling, een gedeeltelijk of volledig leefloon, een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie of een combinatie van die hulpmiddelen. De indicator wordt uitgedrukt in duizenden personen en de gegevens komen van de Programmatorische federale overheidsdienst Maatschappelijke Integratie (2017).

Evolutie: tussen 2003 en 2008 steeg het gemiddelde maandelijkse aantal begunstigden van het leefloon gestaag van 74 098 tot 83 073. In de twee daaropvolgende jaren steeg dat aantal beduidend sneller tot 95 638 in 2010, wat allicht verklaard kan worden door de verslechtering van het socio-economisch klimaat door de financieel-economische crisis. Het gemiddelde maandelijkse aantal begunstigden van het leefloon stabiliseerde zich tot 2012 rond dat niveau en steeg daarna weer tot 102 654 in 2014. Een combinatie van structurele (onder meer de arbeidsmarktpositie van risicogroepen) en conjuncturele factoren (de financieel-economische crisis van 2008) ligt mee aan de basis van de globaal stijgende trend [POD MI (2015), Leefloon, Statistisch rapport / Nummer 12 – September 2015, Programmatorische federale overheidsdienst Maatschappelijke Integratie]. Daarna steeg dat aantal sterk tot 127 187 personen in 2016. Naast de bovenvermelde factoren dragen onder meer de groeiende onzekerheid van bepaalde risicogroepen (laaggeschoolden, deeltijdse werknemers, eenoudergezinnen, allochtonen enz.) en, meer recent, wijzigingen in de wetgeving over de werkloosheidsverzekering en beroepsinschakelingsuitkering evenals de stijging van het aantal erkende vluchtelingen bij tot die sterke toename [POD MI (2017). Leefloon. Statistisch verslag Nummer 19 – Oktober 2017, POD Maatschappelijke integratie, armoedebestrijding, Sociale economie en Grootstedenbeleid., pp. 11-12].

Er zijn binnen de EU geen geharmoniseerde gegevens beschikbaar over dat type bijstandsuitkering.

Doelstelling: de Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat de volgende doelstellingen: "Iedereen zal beschikken over een inkomen uit arbeid, uit vermogen of afkomstig van sociale beschermingsstelsels en heeft toegang tot diensten van algemeen belang. Iedereen zal aldus gedurende alle fasen van zijn leven kunnen voorzien in alle behoeften om menswaardig te leven" (doelstelling 2) en "Onder meer via de herverdeling van de geproduceerde welvaart zal elke burger beschikken over middelen om de capaciteiten te ontwikkelen om een project te ondernemen dat zorgt voor sociale integratie" (doelstelling 3). Om bij te dragen tot die doelstellingen en omdat socialebijstandsregelingen zoals het leefloon een residueel karakter hebben, moet het aantal begunstigden van het leefloon dalen.

Het federaal regeerakkoord van oktober 2014 heeft het volgende bepaald m.b.t. socialebijstandsuitkeringen, zoals het leefloon: “De regering verhoogt geleidelijk de minimum sociale zekerheidsuitkeringen en de sociale bijstandsuitkeringen tot het niveau van de Europese armoededrempel. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan de uitkeringen voor personen met het hoogste armoederisico. De sociale voordelen die met sommige sociale uitkeringen gepaard gaan, zullen worden meegeteld in de vergelijking met de Europese armoedenorm” [Federale Regering (2014), Federaal regeerakkoord, 9 oktober 2014, http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/0020/54K0020001.pdf (geraadpleegd op 30/11/2015)]. In dit rapport wordt aangenomen dat die doelstelling een invloed zal hebben op de evolutie van het armoederisico (zie indicator 5), waarvan eerder is vermeld dat het moet dalen om in de richting van de doelstellingen te gaan.

Er bestaan drie categorieën van gerechtigden op het leefloon met elk een specifiek bedrag, dat afhankelijk van het bestaansmiddelenonderzoek door het OCMW al dan niet volledig wordt toegekend. Die categorieën zijn een samenwonende persoon (categorie 1), een alleenstaande of dakloze met wie een integratiecontract werd gesloten (categorie 2) en een persoon met een familie ten laste, met name de echtgenoot of levenspartner, het ongehuwd minderjarig kind of meerdere kinderen onder wie minstens één ongehuwd minderjarig kind (categorie 3).

De figuur hiernaast vermeldt in lopende prijzen de evolutie van de leefloonbedragen op jaarbasis per categorie. Tussen 2003 en 2016 steeg dat bedrag voor categorie 1 van 4 724 euro tot 6 849 euro. Voor categorie 3 zijn die bedragen exact het dubbele. Het leefloonbedrag op jaarbasis voor categorie 2 steeg van 7 086 euro in 2003 tot 10 274 euro in 2016.