Armoederisico

  •  08/02/2018

In 2016 (inkomens 2015) bedroeg het aandeel van de bevolking met een armoederisico in België 15,5 procent. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Armoederisico

procent van de totale bevolking

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
België14.314.814.615.315.315.115.514.915.50.70.3
EU-28----16.516.816.816.717.217.317.3--0.6
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_li_02, ilc_li_03, ilc_li_04, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Armoederisicodrempel - België

voor een alleenstaande, volgens de EU-SILC-enquêtes (2004-2016, inkomensgegevens 2003-2015)

duizenden euro's per jaar

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
België9.49.911.712.012.212.913.013.013.43.02.2
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_li_02, ilc_li_03, ilc_li_04, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Armoederisico volgens geslacht - België

procent van de totale bevolking

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
vrouwen15.115.515.216.015.915.515.915.616.50.70.6
mannen13.414.113.914.614.714.615.014.114.40.6-0.3
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_li_02, ilc_li_03, ilc_li_04, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Armoederisico volgens leeftijd - België

procent van de totale bevolking

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
<1815.918.118.318.717.317.218.818.017.80.9-1.0
18-6412.112.012.112.913.513.414.213.714.71.62.6
>6420.921.419.420.219.418.416.115.215.4-2.5-5.3
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_li_02, ilc_li_03, ilc_li_04, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Armoederisico volgens huishoudentype - België

procent van de totale bevolking

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
alleenstaande21.222.018.821.420.224.522.421.221.80.20.4
eenoudergezin32.933.235.338.533.934.236.435.741.41.91.5
twee volwassenen14.512.013.215.014.312.510.910.411.5-1.9-5.2
twee volwassenen met een afhankelijk kind9.59.09.29.211.710.610.39.511.91.95.3
twee volwassenen met twee afhankelijke kinderen8.39.710.68.58.27.810.29.38.2-0.1-0.7
twee volwassenen met drie of meer afhankelijke kinderen16.119.616.516.718.219.920.021.119.21.52.8
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_li_02, ilc_li_03, ilc_li_04, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Armoederisico volgens activiteitsstatus - België

procent van de totale bevolking van 18 jaar en ouder

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
werkend4.03.94.54.24.54.44.84.64.71.42.3
niet werkend23.523.722.324.524.724.924.323.224.50.30.0
werkloos----------46.242.940.745.9----
gepensioneerd17.919.116.117.316.715.112.912.413.3-2.4-5.1
andere inactief27.425.625.827.329.530.732.031.533.31.64.1
//: gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2013

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_li_02, ilc_li_03, ilc_li_04, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Deze tekst komt uit het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp van februari 2018.

Definitie: het aandeel van de bevolking met een armoederisico is gelijk aan de verhouding ten opzichte van de totale bevolking van het aantal personen waarvan het beschikbaar equivalent inkomen lager is dan 60 % van het nationaal mediaan equivalent beschikbaar inkomen. De hier gebruikte gegevens over de personen met een armoederisico zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), waarbij inkomensgegevens steeds betrekking hebben op het jaar dat voorafgaat aan het enquêtejaar. Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat (2017) dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert.

Evolutie: volgens de EU-SILC-enquête van 2004 (inkomensjaar 2003) bedroeg het armoederisicopercentage in België 14,3 %. Daarna schommelde het steeds rond 15 %. Volgens de EU-SILC van 2016 (inkomensjaar 2015) was dit 15,5 %. Volgens die bron komt dat overeen met 1,75 miljoen personen. Het armoederisicopercentage in de EU-28 is hoger dan in België. Tussen 2010 en 2016 steeg het van 16,5 % tot 17,2 %. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de middelmatig presterende groep en het scoort beter dan het Europese gemiddelde.

Doelstelling: de Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat de volgende doelstelling: "Iedereen zal beschikken over een inkomen uit arbeid, uit vermogen of afkomstig van sociale beschermingsstelsels en heeft toegang tot diensten van algemeen belang. Iedereen zal aldus gedurende alle fasen van zijn leven kunnen voorzien in alle behoeften om menswaardig te leven" (doelstelling 2).

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG’s) bevatten de volgende subdoelstellingen: "Gelijke kansen verzekeren en ongelijkheden wegwerken, ook door het afvoeren van discriminerende wetten, beleidslijnen en praktijken en door het bevorderen van de geschikte wetgeving, beleidslijnen en acties in dit opzicht" (subdoelstelling 10.3); "Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen" (subdoelstelling 1.2) en "Tegen 2030 geleidelijk tot een inkomenstoename van de onderste 40 % van de bevolking komen tegen een ritme dat hoger ligt dan het nationale gemiddelde, en die toename ook in stand houden" (subdoelstelling 10.1).

Personen met een armoederisico maken deel uit van de doelgroep waarvoor de Europa2020-strategie een verminderingsdoelstelling heeft bepaald, de zogenaamde personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting (zie indicator 4). De EU beoogt een vermindering van die doelgroep tussen 2008 en 2018 met 20 miljoen personen. Voor België vertaalt dat cijferdoel zich in een daling van 2,19 miljoen personen in 2008 tot 1,81 miljoen personen in 2018. Dat komt overeen met een daling van 380 000 personen.

Om in de richting van die doelstellingen te gaan, moet het aandeel en het aantal personen met een armoederisico dalen.

Het wordt aanbevolen het armoederisicopercentage samen met het niveau van de armoederisicodrempel te presenteren, zodat duidelijk is onder welke inkomensdrempel een persoon tot die groep behoort. De inkomensdrempel is hier gelijk aan 60 % van het nationaal mediaan equivalent beschikbaar inkomen. Dat inkomensconcept houdt rekening met de samenstelling van het gezin en de bijkomende schaalvoordelen door het huishoudeninkomen te delen door een equivalentiefactor (de zogenaamde gewijzigde equivalentieschaal van de OESO), waarbij een volwassene een factor heeft van 1, elke extra persoon vanaf 14 jaar een factor van 0,5 en elke extra persoon jonger dan 14 jaar een factor van 0,3. Zoals eerder vermeld, meet de EU-SILC-enquête het armoederisicopercentage aan de hand van inkomensgegevens die betrekking hebben op het jaar dat voorafgaat aan het enquêtejaar.

De bijgevoegde figuur toont op basis van de beschikbare EU-SILC-enquêtes de evolutie van de armoederisicodrempel voor een alleenstaande persoon. Die drempel is gestegen van 9 405 euro per jaar op basis van de EU-SILC van 2004 (inkomensjaar 2003) tot 13 023 euro per jaar op basis van de EU-SILC van 2014 (inkomensjaar 2013). In 2015 (inkomensjaar 2014) daalde die drempel licht tot 12 993 euro om daarna weer te stijgen tot 13 377 euro in 2016 (inkomensjaar 2015).

Opsplitsing volgens huishoudentype en meest frequente activiteitsstatus

Volgens de beschikbare EU-SILC-enquêtes (met inkomensgegevens van 2003 tot en met 2015) hebben eenoudergezinnen steeds het hoogste armoederisico, met name rond 35,8 %. Op basis van inkomensgegevens voor 2015 piekt dit zelfs tot 41,4 %, namelijk het hoogst waargenomen percentage. Voor alleenstaanden en voor een huishouden met twee volwassenen met drie afhankelijke kinderen schommelt het armoederisicopercentage in de beschouwde periode rond respectievelijk 22,1 % en 17,8 %. Het armoederisico van de overige huishoudenscategorieën fluctueert in de beschouwde periode rond 10,4 %.

In de beschouwde periode is het aandeel personen met een armoederisico volgens de EU-SILC-enquête (bij de bevolking van minstens 18 jaar) het hoogst bij werklozen; de andere groepen gerangschikt van hoger naar lager armoederisico zijn andere inactieven, niet-werkenden, gepensioneerden en werkenden. Het aandeel werklozen en andere inactieven met een armoederisico stijgt volgens die bron in de beschouwde periode, terwijl dat van gepensioneerden daalt.