Zeer lage werkintensiteit

  •  08/02/2018
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Zeer lage werkintensiteit

procent van de totale bevolking onder 60 jaar

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
België14.715.112.713.813.914.014.614.914.6-0.11.1
EU-28----10.310.510.510.911.210.510.4---0.2
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_lvhl11, ilc_lvhl12, ilc_lvhl13, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Zeer lage werkintensiteit volgens geslacht - België

procent van de totale bevolking onder 60 jaar

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
vrouwen16.116.513.514.414.314.014.915.816.20.12.4
mannen13.313.711.913.213.414.014.214.113.1-0.1-0.2
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_lvhl11, ilc_lvhl12, ilc_lvhl13, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Zeer lage werkintensiteit volgens leeftijd - België

procent van de totale bevolking

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
<1813.813.412.014.013.012.213.013.813.0-0.5-1.5
18-5915.115.712.913.714.214.715.115.315.20.12.1
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_lvhl11, ilc_lvhl12, ilc_lvhl13, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Zeer lage werkintensiteit volgens huishoudentype - België

procent van de totale bevolking onder 60 jaar

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
alleenstaande30.430.628.730.630.231.334.231.830.30.0-0.2
eenoudergezin46.539.535.738.039.441.133.637.141.0-1.01.5
twee volwassenen21.321.816.213.615.315.915.515.817.5-1.65.2
twee volwassenen met een afhankelijk kind7.17.56.08.77.66.58.66.67.10.0-4.0
twee volwassenen met twee afhankelijke kinderen5.05.64.44.83.33.85.86.43.9-2.0-4.1
twee volwassenen met drie of meer afhankelijke kinderen9.29.58.39.810.011.412.110.312.42.54.8
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_lvhl11, ilc_lvhl12, ilc_lvhl13, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Zeer lage werkintensiteit volgens activiteitsstatus - België

procent van de totale bevolking onder 60 jaar

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
werkend0.20.30.40.20.20.20.30.40.45.914.9
niet werkend44.246.841.043.043.846.546.047.046.40.41.5
werkloos62.567.157.362.460.965.456.361.761.7-0.1-0.2
gepensioneerd67.172.667.059.759.966.266.567.564.0-0.41.4
andere inactief34.834.733.735.536.738.340.440.641.81.53.3
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_lvhl11, ilc_lvhl12, ilc_lvhl13, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Zeer lage werkintensiteit volgens inkomen - België

procent van de totale bevolking onder 60 jaar

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
kwintiel 151.754.048.056.551.954.853.653.756.30.7-0.1
kwintiel 219.719.715.213.117.215.517.016.916.8-1.35.1
kwintiel 37.26.33.34.14.93.94.55.73.3-6.3-4.2
kwintiel 42.12.72.32.01.61.71.31.51.4-3.3-6.9
kwintiel 50.81.51.51.01.21.21.00.90.5-3.8-12.9
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_lvhl11, ilc_lvhl12, ilc_lvhl13, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Deze tekst komt uit het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp van februari 2018.

Definitie: de werkintensiteit van het huishouden wordt bepaald als de verhouding tussen het aantal effectief gewerkte maanden in een jaar door de gezinsleden op actieve leeftijd (18-59 jaar met uitzondering van studenten tussen 18 en 24 jaar) en het totale aantal maanden dat die personen konden werken tijdens datzelfde jaar. Indien die verhouding maximaal 20 % is, dan behoren alle personen van het huishouden tot een huishouden met een zeer lage werkintensiteit. Huishoudens die uitsluitend bestaan uit kinderen, studenten jonger dan 25 jaar en/of personen van 60 jaar en ouder worden volledig uitgesloten van de berekening van de indicator. De hier gebruikte gegevens over de werkintensiteit zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), waarbij gegevens over tewerkstelling steeds betrekking hebben op het jaar dat voorafgaat aan het enquêtejaar. Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat (2017) dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert.

Evolutie: volgens de EU-SILC-enquête tussen 2004 en 2008 (met tewerkstellingsgegevens voor de periode 2004-2007) daalde het aandeel personen jonger dan 60 jaar dat leeft in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit van 14,7 % tot 11,7 % en steeg daarna tot 14,6 % volgens de EU-SILC van 2016 (tewerkstellingsgegevens voor 2015).

Het gemiddelde aandeel personen dat leeft in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit voor de EU-28 is lager dan de score voor België. Tussen 2010 en 2014 steeg die indicator in de EU-28 van 10,3 % tot 11,2 % en daalde daarna tot 10,4 % in 2016. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de slechtst presterende groep.

Doelstelling: de Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat de volgende doelstellingen: "Iedereen zal beschikken over een inkomen uit arbeid, uit vermogen of afkomstig van sociale beschermingsstelsels en heeft toegang tot diensten van algemeen belang. Iedereen zal aldus gedurende alle fasen van zijn leven kunnen voorzien in alle behoeften om menswaardig te leven” (doelstelling 2), "De arbeidsmarkt zal voor iedereen toegankelijk zijn en de actieve bevolking waardig werk aanbieden" (doelstelling 8), "Het werkgelegenheidsniveau zal zo hoog en stabiel mogelijk zijn en respecteert de principes van waardig werk. Iedereen op arbeidsleeftijd zal de mogelijkheid hebben betaald werk te vinden" (doelstelling 9) en "Het werkloosheidsniveau zal beperkt zijn tot de frictiewerkloosheid" (doelstelling 10).

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG’s) bevatten de volgende subdoelstellingen: "Gelijke kansen verzekeren en ongelijkheden wegwerken, ook door het afvoeren van discriminerende wetten, beleidslijnen en praktijken en door het bevorderen van de geschikte wetgeving, beleidslijnen en acties in dit opzicht" (subdoelstelling 10.3) en "Tegen 2030 het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de nationale definities in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft terugbrengen" (subdoelstelling 1.2).

Personen die leven in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit maken deel uit van de doelgroep waarvoor de Europa 2020-strategie een verminderingsdoelstelling heeft bepaald, de zogenaamde personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting (zie indicator 4). De EU beoogt een vermindering van die doelgroep tussen 2008 en 2018 met 20 miljoen personen. Voor België vertaalt dat cijferdoel zich in een daling van 2,19 miljoen personen in 2008 tot 1,81 miljoen personen in 2018. Dat komt overeen met een vermindering van 380 000 personen.

Om in de richting van die doelstellingen te gaan, moet het aandeel en het aantal personen dat leeft in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit dalen.

Opsplitsing volgens leeftijd, huishoudentype en inkomenscategorie

Op basis van de enquêtes EU-SILC 2004-2016 (met tewerkstellingsgegevens van 2003 tot en met 2015) is het aandeel kinderen (jonger dan 18 jaar) dat leeft in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit, met uitzondering van de gegevens van de EU-SILC van 2011, steeds lager dan dat van 18-59-jarigen. Beide indicatoren volgen ook een vergelijkbaar patroon: een dalende trend volgens EU-SILC 2005-2008 en een stijging volgens EU-SILC 2009-2016. Voor beide leeftijdsgroepen benadert de indicator in 2016 het niveau van 2004.

In de beschouwde periode is het aandeel personen dat leeft in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit het hoogst bij eenoudergezinnen (rond 38,2 %) en alleenstaanden (rond 30,7 %). Bij eenoudergezinnen daalt dat aandeel eerst tot 30,7 % volgens de EU-SILC van 2008 (met tewerkstellingsgegevens van 2007) en stijgt daarna weer tot 41,1 % volgens de EU-SILC van 2013 (met tewerkstellingsgegevens van 2012). Op basis van de EU-SILC van 2016 (met tewerkstellingsgegevens van 2015) bedraagt dat aandeel 41 %. Voor de overige beschouwde huishoudentypes is het aandeel personen met een zeer lage werkintensiteit merkelijk lager, waarbij een zekere dalende tendens kan worden vastgesteld voor huishoudens met twee volwassenen.

Het aandeel personen jonger dan 60 jaar dat leeft in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit daalt naarmate het inkomenskwintiel toeneemt. In 2016 leefde 56,3 % van de bevolking in het laagste inkomenskwintiel in die situatie. Voor de hogere inkomenskwintielen daalt dat aandeel sterk. In het hoogste inkomenskwintiel leeft 0,5 % in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit. Gegevens voor de jaren 2004-2015 wijzen op een vergelijkbare tendens.