Binnenlands materiaalverbruik

  •  08/02/2018

In 2016 bedroeg het binnenlands materiaalverbruik in België 12,6 ton per inwoner. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Binnenlands materiaalverbruik

ton per inwoner

 2000200520102011201220132014201520162016//20002016//2011
België14.914.915.115.814.013.513.612.812.6-1.1-4.4
EU-2815.616.014.114.613.613.213.313.113.0-1.1-2.3
//: gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2017), Domestic material consumption - tonnes per capita [env_ac_mfa], http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/11/2017).

Binnenlands materiaalverbruik volgens materiaalsoort - België

ton per inwoner

 2000200520102011201220132014201520162016//20002016//2011
biomassa4.84.64.94.94.44.44.94.44.3-0.6-2.4
metaalertsen en niet-metaalhoudende mineralen6.26.37.07.96.66.25.95.65.5-0.8-7.0
fossiele brandstoffen4.34.23.53.33.33.33.13.03.1-1.9-1.0
//: gemiddelde groeivoeten

Eurostat (2017), Domestic material consumption - tonnes per capita [env_ac_mfa], http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/11/2017).

Deze tekst komt uit het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp van februari 2018.

Definitie: het binnenlands materiaalverbruik is de binnenlandse ontginning, waarbij de invoer wordt opgeteld en waarvan de uitvoer wordt afgetrokken. De beschouwde grondstoffen zijn de biomassa, de metaalertsen, de niet-metaalhoudende mineralen en de fossiele brandstoffen, alsook twee restcategorieën (over afval en andere producten die 1 tot 2 % van het totaal uitmaken). Het binnenlands materiaalverbruik houdt rekening met de grondstoffen vervat in de afgewerkte en halfafgewerkte goederen in België ingevoerd of door België uitgevoerd, maar die grondstoffen worden enkel meegerekend in de materiaalcategorie waaruit het product in hoofdzaak bestaat. De hier gebruikte indicator is het binnenlands materiaalverbruik per inwoner en wordt uitgedrukt in ton per inwoner. De gegevens komen van Eurostat (2017).

Evolutie: het binnenlands materiaalverbruik per inwoner steeg tussen 2000 en 2007. Tussen 2007 en 2016 daalde dat verbruik echter. In 2016 lag het verbruik lager dan het niveau van 2000. In 2016 vertegenwoordigde de netto-invoer 37 % van het totale binnenlands materiaalverbruik in België.

De evolutie van die indicator in België leunt dicht aan bij de evolutie in de EU-28. In 2016 ligt het binnenlands materiaalverbruik per inwoner in België dicht bij het Europese gemiddelde. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de middelmatig presterende groep en het scoort beter dan het Europese gemiddelde.

Doelstelling: de Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat de volgende doelstellingen: "De verbruikte hoeveelheid niet-hernieuwbare grondstoffen zal aanzienlijk verminderd zijn en die grondstoffen zullen enkel verder ontgonnen worden indien er geen alternatief uit recyclage bestaat" (doelstelling 33) en "hernieuwbare grondstoffen [...] zullen ontgonnen worden zonder het vermogen van toekomstige generaties om die hulpbronnen te ontginnen, in het gedrang te brengen" (doelstelling 34). Om in de richting van die doelstellingen te gaan, moet het totale binnenlands materiaalverbruik dalen.

Opsplitsing volgens materiaalsoort

Het binnenlands materiaalverbruik kan onder­verdeeld worden in drie grote categorieën naar­gelang het type van de beschouwde grondstof: biomassa, metaalertsen en niet-metaalhoudende mineralen evenals fossiele brandstoffen. De metaal­ertsen en niet-metaalhoudende mineralen bedragen 40 % van het binnenlands materiaal­verbruik, wat onder andere uitgelegd kan worden door de veel grotere densiteit van deze grond­stoffen (ertsen, stenen enz.) ten opzichte van de densiteit van biomassa (bijna 35 %) en van fossiele brandstoffen (ongeveer 25 %).