Jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen

  •  02/06/2017
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen

procent van de 18-24-jarigen

 2000200520102011201220132014201520162016//20002016//2011
België18.616.214.314.815.016.015.015.513.1-2.2-2.4
EU-28--16.316.616.817.217.116.515.815.2---2.0
//: gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2001 BE, 2003 EU, 2006, 2011 BE

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_21, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2017).

Jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen, volgens geslacht - België

procent van de 18-24-jarigen

 2000200520102011201220132014201520162016//20002016//2011
vrouwen21.116.914.415.214.815.014.215.212.8-3.1-3.4
mannen16.115.614.214.515.216.915.715.713.3-1.2-1.7
//: gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2001, 2006, 2011

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_21, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2017).

Jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen, volgens opleiding - België

procent van de 18-24-jarigen

 2000200520102011201220132014201520162016//20002016//2011
hoogstens lager secundair onderwijs6.76.56.66.66.66.95.96.45.2-1.6-4.7
hoger secundair onderwijs10.17.96.26.56.57.17.36.96.3-2.9-0.6
hoger onderwijs1.91.81.51.71.92.01.72.21.6-1.1-1.2
//: gemiddelde groeivoeten

breuk in tijdreeks: 2001, 2006, 2011, 2014

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Labour Force Survey (EU-LFS), edat_lfse_21, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2017).

Deze tekst komt uit het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp van februari 2018.

Definitie: het aandeel jongeren (van 18 tot 24 jaar) dat niet werkt en noch onderwijs noch opleiding volgt. De gegevens zijn gebaseerd op de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat (2017) dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert.

Evolutie: volgens deze enquête daalde het aandeel jongeren dat niet werkt en noch onderwijs noch opleiding volgt van 18,6 % in 2000 tot 13,3 % in 2008 (jaar van de financieel-economische crisis) en steeg daarna tot 15,5 % in 2015 om tijdens 2016 opnieuw te dalen tot 13,1 %. Hoewel de dalende trend verstoord werd tussen 2008 en 2015, is de algemene trend toch dalend (gemiddelde jaarlijkse groeivoet van -2,2 %) tussen 2000 en 2016. De betrouwbaarheidsintervallen berekend voor deze indicator worden hernomen in bijlage 1.

Het aandeel jongeren dat niet werkt en noch onderwijs noch opleiding volgt daalt in Europa sinds 2002, maar stijgt van 2008 tot 2012, met de financieel-economische crisis. Vanaf 2012 wordt de daling opnieuw ingezet. België lag voor 2005 boven het EU-28 gemiddelde, maar sinds 2008 ligt België onder dat gemiddelde. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de middelmatig presterende groep en scoort beter dan het Europese gemiddelde. Nederland en Duitsland doen het, als buurlanden, duidelijk beter dan België met respectievelijk een eerste en zevende plaats in de EU-28.

Doelstelling: de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG's) bevatten de volgende subdoelstelling: "Tegen 2020 het aandeel aanzienlijk terugschroeven van jongeren die niet aan het werk zijn, geen onderwijs volgen en niet met een opleiding bezig zijn" (subdoelstelling 8.6). Het Nationaal Hervormingsprogramma (NHP) voor 2011 dat België in april 2011 goedkeurde in het kader van de Europa 2020-strategie (en alle daaropvolgende NHP’s) bevat ook de doelstelling om dit aandeel tegen 2020 te laten dalen tot 8,2 %. Om in de richting van die doelstellingen te gaan, moet die indicator dalen.

Opsplitsing volgens geslacht

Volgens de EAK evolueerde het verschil tussen mannen en vrouwen sterk. In 2000 lag dit aandeel 5 procentpunt hoger bij vrouwen dan bij mannen. In 2016 lag het 0,5 procentpunt hoger bij mannen dan bij vrouwen. Van 2000 tot 2011 lag het aandeel vrouwen bij de jongeren uit de EAK dat niet werkt en dat noch onderwijs noch opleiding volgt, hoger dan het aandeel mannen bij die jongeren. Sinds 2012 ligt het aandeel mannen daarentegen boven dat van vrouwen.

De trend tussen 2000 en 2016 bij vrouwen is dan ook sterk dalend (met een gemiddelde jaarlijkse groeivoet van -3,1 %), terwijl het aandeel bij mannen minder sterk daalt (met een gemiddelde jaarlijkse groeivoet van -1,2 %) in die periode.