Gediplomeerden van het hoger onderwijs

  •  08/02/2018
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Gediplomeerden van het hoger onderwijs

procent van de 30-34-jarigen

 1992200020102011201220132014201520162016//19922016//2011
België26.635.244.442.643.942.743.842.745.62.31.4
EU-28----33.834.836.037.137.938.739.1--2.4
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), Tertiary educational attainment by sex, age group 30-34 [tsdsc480], http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2017).

Gediplomeerden van het hoger onderwijs volgens geslacht - België

procent van de 30-34-jarigen

 1992200020102011201220132014201520162016//19922016//2011
vrouwen27.937.150.048.150.749.350.248.750.72.51.1
mannen25.233.339.037.137.136.237.436.740.42.01.7
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), Tertiary educational attainment by sex, age group 30-34 [tsdsc480], http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 20/10/2017).

Deze tekst komt uit het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp van februari 2018.

Definitie: aandeel van de bevolking tussen 30 en 34 jaar, met een diploma hoger onderwijs. Het scholingsniveau komt overeen met ISCED (International Standard Classification of Education) 2011 niveaus 5-8 voor gegevens vanaf 2014 en met ISCED 1997 niveaus 5-6 voor gegevens tot 2013. De gegevens komen van de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat (2017) dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert.

Evolutie: volgens de EAK groeide het aandeel 30-34-jarigen met een diploma hoger onderwijs met een jaarlijkse gemiddelde groeivoet van 2,3 % tussen 1992 en 2016, wat een verschil geeft van 19 procentpunt. De laatste vijf jaren ligt de jaarlijkse gemiddelde groeivoet met 1,4 % echter lager.

België heeft bij de 30-34-jarigen meer gediplomeerden van het hoger onderwijs (45,6 %) dan het gemiddelde van de 28 EU-lidstaten (39,1 %). Het verschil tussen het EU-gemiddelde en België neemt wel af: van 11,6 in 2002 tot 6,5 procentpunt in 2016. Het aantal gediplomeerden van het hoger onderwijs neemt dus in een hoger tempo toe in de EU-28. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de middelmatig presterende groep en het scoort beter dan het Europese gemiddelde.

Doelstelling: de Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling bevat de volgende doelstelling: “Aan de voorafgaande voorwaarden voor het welzijn van de burgers is voldaan, namelijk: vrede, onderwijs, inkomen, gezondheid, waardige huisvesting, een stabiel ecosysteem, duurzame hulpbronnen en sociale rechtvaardigheid” (inleiding van de uitdaging "Een maatschappij die de sociale cohesie bevordert").

Het Nationaal Hervormingsprogramma 2011 dat door België in april 2011 werd goedgekeurd in het kader van de Europa 2020-strategie bevat de volgende doelstelling met betrekking tot onderwijs en vorming: een diploma hoger onderwijs voor minstens 47 % van de bevolking tussen 30 en 34 jaar. Om in de richting van de doelstelling te gaan, moet het aandeel 30-34-jarigen met een diploma hoger onderwijs stijgen.

Opsplitsing volgens geslacht

Verhoudingsgewijs zijn er meer vrouwen dan mannen met een diploma hoger onderwijs en het verschil wordt bovendien nog groter: 2,7 procentpunt in 1992 tegenover 10,3 procentpunt in 2016.