Vaste kapitaalgoederenvoorraad

  •  08/02/2018

In 2015 bedroeg de netto vaste kapitaalgoederenvoorraad in België 278,7 procent van het bruto binnenlands product. Er bestaat geen duurzame-ontwikkelingsdoelstelling voor de vaste kapitaalgoederenvoorraad.

The chart will appear within this DIV.

Vaste kapitaalgoederenvoorraad

procent van het bruto binnenlands product

 1995200020052010201120122013201420152015//19952015//2010
België279.1271.8268.9282.2282.0284.5284.9282.7278.70.0-0.2
Duitsland312.5306.9299.0311.2307.1310.7311.9308.5304.0-0.1-0.5
Frankrijk263.1256.1279.4311.2314.8318.3319.2317.9314.00.90.2
Nederland293.1274.0287.1302.5297.3296.4293.1286.4275.8-0.3-1.8
//: gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van INR (2017), Nationale rekeningen / Kapitaalgoederenvoorraad, http://stat.nbb.be/ en Eurostat (2017), Balance sheets for non-financial assets [nama_10_nfa_bs] en GDP and main components (output, expenditure and income) [nama_10_gdp], http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 06/11/2017).

Deze tekst komt uit het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp van februari 2018.

Definitie: de vaste kapitaalgoederenvoorraad is de som van alle economische activa die meer dan een jaar herhaaldelijk of continu gebruikt worden in het productieproces [Sectie AN.11 uitgezonderd sectie AN.117 uit de nationale rekeningen. Eurostat (2013), European system of accounts. ESA 2010, Luxembourg: Publications Office of the European Union, 2013]. De indicator meet de nettokapitaalgoederenvoorraad (machines, gebouwen, vervoers- en communicatie-infrastructuren enz.). Die wordt berekend door de brutokapitaalgoederenvoorraad – waarbij alle activa gewaardeerd worden aan de prijzen die betaald zouden moeten worden wanneer de activa nu worden aangekocht – te verminderen met de cumulatieve waarde van de afschrijvingen. De indicator wordt uitgedrukt in procent van het bruto binnenlands product. Het FPB berekent de indicator met de gegevens van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (2017) voor België en van Eurostat (2017) voor de andere Europese landen.

Evolutie: de netto vaste kapitaalgoederenvoorraad (in volume) in de Belgische economie stijgt constant sinds 1995. Uitgedrukt in procent van het bbp daalde die voorraad tussen 1995 en 2004 en steeg het daarna tot 2009. Na een daling tussen 2009 en 2011, steeg hij opnieuw tot 2013. Tussen 2013 en 2015, is de indicator gevoelig gedaald om zich in 2015 terug op het niveau van 1995 te bevinden.

Voor 2015 is de vaste kapitaalgoederenvoorraad in België (in % van het bbp) ruim kleiner dan die van Duitsland en Frankrijk. Hij is niettemin bijna even groot als in Nederland. De vaste kapitaalgoederenvoorraad is in Frankrijk gevoelig gestegen: +16 % tussen 1995 en 2015. Voor de andere landen liggen de waargenomen niveaus daarentegen dicht bij deze van 1995. De groei van deze indicator ligt dan ook dicht bij nul.

Doelstelling: er is geen doelstelling voor de kapitaalgoederenvoorraad. De kapitaalgoederenvoorraad is echter "een middel om de waarde van de ene verslagperiode naar de andere over te hevelen" [Eurostat (2013), European system of accounts. ESA 2010, Luxembourg: Publications Office of the European Union, 2013. p.170]. De kapitaalgoederenvoorraad kan dus gebruikt worden door toekomstige generaties en bijdragen tot hun welvaart. Vanuit een toekomstgericht perspectief kan er beschouwd worden dat de kapitaalgoederenvoorraad behouden moet blijven [UNECE (2014), Conference of European Statisticians Recommendations on Measuring Sustainable Development, p.29, http://www.unece.org/publications/ces_sust_development.html (geraadpleegd op 01/12/2015)]. In dit rapport wordt als impliciete doelstelling beschouwd dat de netto vaste kapitaalgoederenvoorraad niet mag dalen.